Column: Buitengesloten
Ik weet meestal precies wat ik wil en ga daar dan ook vrij direct op af. Soms wat impulsief, maar door maar vaak genoeg te vallen leer je steeds beter hoe weer op te staan. Maar wat doe je als datgene wat je wilt een ander persoon is? Een vent, in dit geval. En wat als hij niet zo impulsief is als jij en de kat uit de boom kijkt? Precies: dan worden wij dames een beetje ongeduldig, geïrriteerd en misschien zelfs agressief. Maar vandaag heb ik daar een wijze les over geleerd.
Aangezien ik op zoek ben naar een huisgenootje, kwam een aardige meid een kijkje nemen naar mijn halfgare zolder. Ik had mijn reservesleutelbos mee genomen toen we naar boven liepen. Er was me alleen een klein dingetje ontschoten. Na de bezichtiging wilden we de deur van mijn huis weer in, toen de sleutel niet meer in het slot leek te passen. Ook de tiende keer niet. Wat was er gebeurd? Terwijl ik de reservesleutels meegenomen had, had ik mijn eigen sleutel in het sleutelgat gelaten. Aan de binnenkant dus. Vijf minuten discussiëren later besloten zij en ik de deur in te rammen. Dus tot drie tellen, aanloopje, en… we waren allebei beurs, maar de deur gaf weinig mee. Ook mijn karateschoppen, waar ik toch ooit Nederlands kampioen mee geworden ben, haalden weinig uit. Uiteindelijk gaf mijn moeder mij de tip een buigzaam kaartje te gebruiken. ‘Zeg maar net als een inbreker, Lau.’ Na nog eens een kwartier met diverse kaartjes en technieken te hebben gevogeld, gleed mijn deur ineens open… voor een moment voelde ik ook echt wat het is om inbreker te zijn. Best een kick, eigenlijk. Nog nooit was ik zo blij dat ik mijn huis in kon. En ik weet nu wat het geheim is: Als je iemand zijn hart wilt veroveren, moet je dat niet luidkeels en met veel kabaal doen. Je moet zorgen dat je het juiste kaartje vindt en dan heel stiekem naar binnen glippen, zonder dat hij het zelf merkt. En hoe moeilijker het is om binnen te komen, des te veiliger voel je je als je er eenmaal bent.
- login of registreer om te reageren